foto1
foto1
foto1
foto1
foto1


 
 
Bij (Jeugd) FITA's heb je ook allerlei regels. Het officiële reglement is erg lang en leest niet zo makkelijk. Daarom hebben wij hier een korte samenvatting van de belangrijkste regels gemaakt:
 

1. Denk aan het kledingvoorschrift: Wit shirt of clubshirt en witte broek of sportbroek. Spijkerbroeken en outdoor broeken zijn NIET toegestaan. De korte broek mag niet korter zijn dan de vingertoppen van de sporter als hij/zij zijn armen langs zijn/haar lichaam houdt. Je moet ook gesloten schoenen aan, dus geen sandalen of slippers.

 

2. Er wordt geschoten met licht- en geluidssignalen.

    De volgorde is:
     - 2x zoemer + rood licht, 10 seconden aanlooptijd. Dit is voor de aangewezen schutters (AB,CD) om gezamenlijk naar de schietlijn te gaan.
     - 1x zoemer + groen licht, 90 seconden en geel licht, 30 seconden. Je krijgt 120 seconden (2 minuten) de tijd om drie pijlen te schieten.
     - 3x zoemer + rood licht, 10 seconden aanlooptijd. Dit is voor de aangewezen schutters (AB,CD) om gezamenlijk naar de schietlijn te gaan.


     - 1x zoemer + groen licht, 90 seconden en geel licht, 30 seconden. Je krijgt 120 seconden (2 minuten) de tijd om drie pijlen te schieten.
     - 3x zoemer + rood licht. Stoppen met schieten en pijlen halen

Einde van de laatste ronde (einde wedstrijd) is ook 3x zoemer + rood licht.

 

Let op: Als je pijlen schiet voordat het groen licht brandt, valt de hoogst tellende pijl af van de score. Bijvoorbeeld: Je schiet te snel (het licht staat nog op rood) en je schiet een 7. Daarna schiet je in het groen nog een 10 en een 8. Bij het noteren van de score krijg je dan: 8, 7, mis. De 10 (hoogst tellende pijl )valt af!

Hetzelfde geldt voor het schieten na de tijd. Als het licht weer op rood staat na 2 minuten en je schiet nog een pijl, dan valt ook de hoogst tellende pijl af.

 

3. Je schiet met twee schutters tegelijk op één baan. Dus A en B schieten tegelijk en C en D. De beurten wisselen wel, net zoals bij de indoor. Ronde 1: eerst A-B en dan C-D; ronde 2: eerst C-D en dan A-B.

 

4. Je mag een verrekijker aan de schietlijn zetten om te kijken waar je pijlen zitten. De kijker mag echter niet in de weg staan van een andere schutter bij jou op de baan en hij mag niet hoger zijn dan de oksel van de kleinste schutter op de baan.

 

5. Je coach mag aanwijzingen geven onder het schieten. Dat mag ook weer niet storend werken voor de andere schutters en de coach moet achter de bogen blijven.

 

6. Als je staat te schieten en er is iets niet in orde met je boog of er is een ander probleem, loop dan niet weg van de schietlijn. Steek je hand op om de aandacht van de scheidsrechter te trekken en vertel hem wat het probleem is. Bij materiaalpech krijg je een kwartier om je boog te herstellen. Daarna mag je de gemiste pijlen naschieten.

Als je wegloopt van de schietlijn is je beurt over. Eventueel niet geschoten pijlen tellen als missers.

 

7. Als de ronde voorbij is, ga je pijlen trekken. Noem zelf de scores van je pijlen. Controleer of de scores correct genoteerd worden door de schrijvers. Als de twee schrijvers verschillende scores genoteerd hebben, telt de laagste score. Controleer ook of de scores goed opgeteld worden.

Roep de scheidsrechter als je het niet eens kunt worden over een score. Soms is het moeilijk te zien of een pijl de lijn wel of niet raakt. Ga niet staan ruziën, maar laat de scheidsrechter beslissen. Ook als een score verkeerd genoteerd is, moet je de scheidsrechter erbij roepen.

Hij corrigeert de score met een rode pen om te voorkomen dat er valsgespeeld wordt. Aan het eind van een wedstrijd moeten de scorebriefjes ondertekend worden door de schrijver en de schutter. Onderteken alleen als je het eens bent met de score. Goed nakijken dus. Als een briefje eenmaal ondertekend is, blijft de score staan, ook al blijkt er later een fout gemaakt te zijn.

 

8. Let op dat je de pijlen niet aanraakt tijdens het opnoemen van je scores. Door een pijl aan te raken kun je hem net tegen de lijn aanduwen, zodat je een punt meer scoort. Een pijl aanraken betekent dat de laagste score telt.

 

9. Houd altijd de veiligheidsregels in de gaten:

    - loop niet met je boog naar de schietlijn als er nog schutters op het veld lopen

    - niet rennen bij het pijlen trekken of bij het teruglopen naar de bogen.

    - kom je onderweg vaan het doelpak pijlen tegen op de grond, dan raap je deze op en neemt ze mee naar het doelpak. 

10. Iedere schutter mag schieten op de afstand die hij kan halen. Alleen als dat onder je leeftijdscategorie valt, val je buiten de prijzen.